Als kinderverpleegkundige heb je veel te maken met verdriet, angst en allerlei andere emoties die spelen binnen een gezin rondom rouw- en verlies. Toch is de verbinding met psychosociale begeleiding op dit gebied vaak verre van optimaal. Sabina Krijger, zelf werkzaam als rouw- en verliesbegeleider én kinderverpleegkundige, heeft daarom een onderwijsmodule geschreven die kinderverpleegkundigen leert om deze begeleiding te integreren in het vakgebied.

Palliatieve kinderverpleegkunde

Sabina vertelt: ‘Ik heb de onderwijsmodule geschreven omdat ik merk dat palliatieve kinderverpleegkunde en rouw- en verliesbegeleiding of psychosociale begeleiding twee werelden zijn, die de verbinding met elkaar missen. Het is namelijk veel meer dan het stukje zorg dat mensen ontvangen in hun laatste levensfase. De begeleiding moet beginnen op het moment dat kinderen te horen hebben gekregen dat zij een levensverkortende ziekte hebben. Met de module hoop ik de twee werelden dichter bij elkaar te brengen. Ik denk dat dit een ontzettend belangrijke stap is binnen de kinderverpleegkunde.’

Psychosociale begeleiding

‘De gezondheidszorg blijft zich constant ontwikkelen. Dit heeft als gevolg dat kinderen met complexe aandoeningen steeds langer blijven leven. Een belangrijke, mooie ontwikkeling, maar dit betekent ook dat de vraag naar psychosociale, familiegerichte begeleiding steeds groter wordt. Helaas zien we echter dat de kennis op dit gebied vaak beperkt blijft en dat moet veranderen. Psychosociale begeleiding kan namelijk de kwaliteit van zorg voor ouders én kinderen vergroten.’

Familiegericht (na)zorgaanbod

Om psychosociale begeleiding te integreren in de kinderverpleegkundige zorg, is meer kennis over rouw en verlies en traumasensitief werken en kijken vereist. Ook professionele nabijheid en de ontwikkeling van familiegericht (na)zorgaanbod moet verbeterd worden. De module ‘Psychosociale Familie(na)zorg’ brengt de twee werelden van verpleegkundige zorg en psychosociale begeleiding bij elkaar. Hierdoor kan de familiegerichte zorg geïntegreerd worden in het huidige zorgaanbod. 

 

Onderwijsmodule

‘De module bestaat uit 10 theorie- en expertisedagen en duurt in totaal 7 maanden. De module is vanaf nu beschikbaar en speciaal geschreven voor kinderverpleegkundigen. Als kinderverpleegkundige sta je namelijk, zeker in de thuissituatie, vaak erg dichtbij het gezin. Deze vertrouwensrelatie kan effectief worden ingezet om psychosociale begeleiding te bieden. Het is ontzettend zonde om deze band niet op die manier te benutten.’

Schrijf je nu in via https://lnkd.in/ejxs3sd

Geregeld vragen mensen mij wat ik doe om alle heftige, impactvolle verhalen en situaties, die ik via mijn werk als rouw- en verliesbegeleider en palliatief kinderverpleegkundige, te verwerken. Mensen vragen zich af of ik eraan wen en het los kan laten. Hierover kan ik kort zijn: mijn werk went nooit.

Impact

Het feit dat ik zie dat mijn werk zin heeft en dat kinderen en hun ouders een stapje verder komen met mijn begeleiding, doet me heel erg goed. Toch hebben álle ervaringen die ik opdoe in de praktijk hebben ook impact op mij. In mijn vrije tijd schrijf ik daarom gedichtjes en korte tekstjes. Dit helpt mij bij het verwerken van alles wat ik iedere dag tegenkom.

Sterk – Sabina Krijger

Sterk zijn betekent voelen

Sterk zijn betekent meer dan brute kracht

Sterk zijn is toegeven dat het soms niet lukt

Vallen en weer opstaan uit alle macht

Je bent niet alleen

Sterk zijn ben je samen

Dat geldt voor iedereen

De dag loslaten

Het van mij afschrijven helpt me om de dag ‘los’ te laten. Ook krijg ik vaak tijdens het schrijven weer nieuwe inzichten voor de volgende afspraak. Op die manier is schrijven voor mij erg therapeutisch en behulpzaam. Ik kan er mijn eigen gevoelens in kwijt én stel mezelf in de gelegenheid om op een andere manier naar de situatie te kijken. Dit neem ik dan mee tijdens een volgend gesprek. Verder zie ik het als mijn doel om de wereld van palliatieve zorg en psychosociale begeleiding dichter bij elkaar te blijven. Dit doe ik onder andere door voorlichting te geven, maar ook schrijf ik mijn eigen onderwijsmodule voor kinderverpleegkundigen over dit onderwerp. In mijn tekst ‘Palliatieve zorg’ heb ik mijn gevoelens hierover beschreven.

Palliatieve zorg – Sabina Krijger

Ga naast de mensen staan
Sta soms stil en geniet van wat je ziet.
Hard werken dat kunnen we wel, je vecht
Tijd en ruimte ontbreekt ons soms echt.
En je wacht; maar het leven raast door
Je kijkt terug, is dit het?
Waarom ik, waarom wij, waarom
De eenzaamheid, de aanwezigheid van jou maakt het verschil.
Laat niet alleen de uitdagingen zien, maar ook de mooie momenten.
Wat doet het met jou?
Laat je het binnenkomen of hoort het bij je werk.
Wat geef je aan jezelf?
It’s ok!
Professionele verbondenheid dat is nodig.

Veerkracht – Sabina Krijger

Tegenslagen keer op keer.
De enorme veerkracht verbaast mij steeds weer.
Hoogtepunten en diepe dalen hebben de macht.
Verbondenheid met elkaar en de liefde geven kracht.
Keuzes maken die eigenlijk geen keuze zijn.
Boosheid, frustratie en pijn.
Liefdevolle aandacht wordt gegeven.
In het hier en nu bij leven.

Wanneer een kind langdurig ziek is, is dat ontzettend zwaar voor het hele gezin. Een kind krijgt te maken met allerlei ervaringen, emoties en situaties die we het liefst zo ver mogelijk bij ze vandaan houden. Het is dan ook niet gek dat een kind vroeg of laat de behoefte krijgt om hier met iemand over te praten die wat verder van hem af staat, maar toch dichtbij is.

Rouw- en verliesbegeleiding in de praktijk

Sjoerian Brokelman is moeder van Luco. Haar, inmiddels 13-jarige, zoon heeft het eerste half jaar na zijn geboorte in het ziekenhuis gelegen. Toen hij daarna naar huis mocht, was veel verpleegkundige zorg nodig. Dit is het moment dat Sabina Krijger bij het gezin in beeld kwam. Sjoerian vertelt over de rol die Sabina in het leven van het gezin en Luco is gaan spelen.

In de knoop

‘Sabina werkte destijds nog ‘enkel’ als kinderverpleegkundige, maar ging op een gegeven moment de opleiding voor rouw- en verliesbegeleiding volgen. Toen Luco vervolgens op een leeftijd kwam dat hij dingen kon uitspreken en benoemen, merkten wij dat hij behoorlijk in de knoop zat met bepaalde dingen. We besloten dat het goed zou zijn dat hij hier met iemand over kon sparren en wat is er dan mooier dan dit te doen met iemand die je al jaren kent?’

Snel gefrustreerd

‘Sabina praat met Luco voornamelijk één op één over bepaalde thema’s die op zo’n moment spelen. Een naderende operatie of iets dat op school niet lekker loopt. Op een gegeven moment gaan we dat soort momenten zelf ook herkennen. Hij raakt bijvoorbeeld snel gefrustreerd. Nu geeft hij zelf aan dat hij met Sabina wil praten of wij stellen het voor. Hij is er dan altijd voor in.’

Flink ziek

‘Luco is vanaf zijn geboorte flink ziek geweest, hij heeft op de intensive care gelegen en dat soort ervaringen kunnen behoorlijk traumatisch zijn. Zeker voor een jong kind. Sabina helpt hem hier mee om gaan en helpt hem begrijpen waarom hij soms boos is en dat dit helemaal niet raar is. Het is oké om daarover te praten en daar gevoelens bij te hebben en we merken altijd gelijk dat het beter gaat na een sessie van drie kwartier of een uur.’

Enorme opluchting

‘Dat is voor ons als ouders natuurlijk ook een enorme opluchting. De onderwerpen waar hij over praat zijn vaak erg gevoelig of kwetsbaar. Daarover wil je als kind liever niet praten met je ouders, want als je als kind verdriet of pijn hebt, hebben je ouders dat ook. Sabina is hierin een soort vertaler. Ze maakt na een gesprek en waar hij bij is een vertaalslag, zodat wij ook op de hoogte zijn wat wat er speelt. Dat is echt een hele prettige, mooie manier om te communiceren.’

Deskundige begeleiding

‘Ik vind het heel goed dat Sabina zich inzet voor een betere verbinding tussen de kinderverpleegkunde en sociaalpsychologische begeleiding. De ervaring die Sabina als kinderverpleegkundige heeft, is heel waardevol voor een rouw- en verliestherapeut. Als je dit werk doet vanuit een heel andere hoek dan de verpleegkundigentak, mis je toch een stukje deskundigheid en ervaring die Sabina wel kan bieden.’

Waardevolle aanvulling

‘Voor ons werkt het echt ontzettend goed. Ze komt nu wekelijks bij ons en daardoor is het lijntje gewoon heel kort. De drempel is dan een stuk lager om om hulp te vragen dan wanneer je weer naar een ander, nieuw persoon moet gaan. Het voegt heel erg veel toe. Deze vorm van begeleiding is een waardevolle aanvulling in het (kinder)verpleegkundigenvak.

‘Mijn auto is echt mijn tweede thuis,’ begint Sabina Krijger. Ze is erkend rouw- en verliesbegeleider en biedt medische rouwbegeleiding voor kind en gezin. De meeste begeleiding is ambulant, dus vindt aan huis plaats. Ze vertelt hoe een werkdag voor haar verloopt, maar staat ook stil bij haar werkwijze en bij de toekomst.

Rouwbegeleiding voor kinderen

‘Ik werk voor zo’n 85% bij gezinnen aan huis. In een aantal situaties komen jongeren liever bij mij op mijn kantoor. Dat zijn voornamelijk tieners die het niet prettig vinden om thuis met iets dat zo gevoelig ligt aan de slag te gaan. Jongere kinderen voelen zich over het algemeen prettiger in hun eigen huis. Het kost dan het minste energie voor ons allemaal om een vertrouwensband op te bouwen. Thuis zijn ze al in een veilige omgeving, terwijl ze op mijn kantoor meer op hun hoede zijn. Dan is het voor mij moeilijker om tot de diepere laag door te dringen.’

Geslaagde werkdag

‘Een werkdag is voor mij geslaagd als ik thuiskom en nog energie over heb. Dat betekent namelijk dat de gezinnen en de kinderen waar ik kom hun eigen proces hebben gevolgd en ik niet alleen mijn ‘creatieve of praatkunstje’ heb gedaan. Natuurlijk is het ook wel eens anders. Dan is het soms best lastig om iets los te laten, maar als ik thuiskom werk ik de dossiers van alle kinderen waar ik geweest ben nog bij. Dan kan ik het van mij af schrijven en dat helpt me op het los te laten. Vaak krijg ik tijdens het schrijven ook weer nieuwe inzichten voor de volgende afspraak.’

Eigen weg bewandeld

‘Ik hoop dat mensen aan het einde van een traject voelen dat ze hun eigen weg hebben bewandeld om een oplossing te vinden voor de hulpvraag. Ook hoop ik dat ze rust en overzicht hebben gevonden of teruggekregen. Ik wil handvatten aanreiken waardoor ze zelf door kunnen, maar ik maak ook altijd duidelijk dat ik het verlies niet kan wegnemen.’

Eigen kwaliteiten inzetten

‘Om dit resultaat te bereiken ga ik altijd uit van de eigen kwaliteiten van de kinderen. We gaan echt op zoek naar wie iemand als kind of ouder is. Dat is mijn startpunt en daarna gaan we kijken welke talenten en kwaliteiten kunnen worden ingezet bij de hulpvraag en op welke manier. Hoewel ik geregeld hele diepe gesprekken heb met kinderen, hoeven we niet áltijd in gesprek te gaan. We kunnen ook creatief aan de slag gaan. Het is eigenlijk geheel afhankelijk van de interesses en hobby’s van een kind.’

Visualiseren met poppetjes

‘Ook werk ik veel met POPtalk. Dit is een methode die zich richt op het visualiseren van de belevingswereld van kinderen of volwassenen tijdens een gesprek. Dit gebeurt door middel van poppetjes zoals Playmobil of Duplo. De eigen werkelijkheid wordt in beeld gebracht en dit leidt tot meer inzichten voor mij als begeleider, maar ook voor de cliënt. Om hier nog een verdiepende slag in te kunnen maken, ga ik binnenkort ook nog de opleiding HBO Familieopstellingen volgen. Zo ben ik altijd op zoek naar manieren om mijn kennis verder uit te breiden en nóg beter te kunnen helpen.’

De toekomst

‘Ook ben ik bezig met het ontwikkelen van een onderwijsmodule op het gebied van psychosociale zorg. Ik ben namelijk ook werkzaam als kinderverpleegkundige en hoop door middel van dit lesmateriaal een verbinding te maken tussen beide vakken. Ik merk namelijk dat vooral in de palliatieve kindzorg nog te weinig begeleiding is op het gebied van rouw- en verliesbegeleiding. Niet alleen voor het zieke kind, maar voor het hele gezin. Er is daar echt nog een hoop winst te halen. De bedoeling is dat mijn onderwijsmodule in het eerste kwartaal van 2020 wordt aangeboden aan kinderverpleegkundigen. Dat is wel een erg mooi vooruitzicht.’

Al jaren was er maar één cadeau wat Karlijn voor haar verjaardag wilde: een poesje. Toen ze 6 jaar werd, ging haar wens dan eindelijk in vervulling en sindsdien waren Karlijn en Karel onafscheidelijk. Het kleine, ondeugende kitten groeide uit tot een rustige ‘je-weet-wel-kater’ waar Karlijn stapelgek mee was. Het dier was een echte goedzak die zich, gehuld in poppenkleertjes, braaf liet rondrijden in de poppenwagen. En als Karlijn naar school moest, zat hij rustig voor het raam te wachten tot ze weer thuis kwam.

Onheilsbericht

Maar toen was Karel ineens ontsnapt. Normaal gesproken kwam hij nooit de tuin uit, maar in een onbewaakt ogenblik was hij toch verdwenen. Karlijn ging de deuren langs om te informeren of iemand haar kat gezien had. ‘s Nachts was het plekje op het voeteneind van haar bed akelig leeg. En twee dagen later kwam het onheilsbericht: Karel was een paar straten verderop gevonden. Alhoewel hij op het eerste oog geen verwondingen leek te hebben, was hij waarschijnlijk aangereden door een auto.

Ontroostbaar

Karlijn was ontroostbaar. Karel was het vriendje aan wie ze alles kon vertellen en die er altijd voor haar was. En nu was hij er niet meer. Samen met haar moeder heeft ze Karel, in een kartonnen doos, waarin hij op zijn eigen dekentje lag, begraven in een hoekje achterin de tuin. Van twee plankjes had ze een kruis gemaakt en die prijkte nu boven op het kattengraf.

Onvervangbaar

Voor een gevoelig meisje als Karlijn was de klap hard aangekomen. Er leek geen einde te komen aan haar verdriet. Wát haar ouders ook probeerden. Er werd zelfs geopperd om een nieuwe kat aan te schaffen, maar daar wilde Karlijn niets van weten. Er was maar één Karel en die was onvervangbaar. Ten einde raad werd mijn hulp als rouw- en verliesbegeleider ingeroepen. Karlijns moeder verontschuldigde zich in eerst instantie dat het ‘maar’ om een kat ging, maar ik maakte haar snel duidelijk dat dát niets uitmaakt.

Ingrijpend

Uit eigen ervaring weet ik dat een ingrijpende ervaring je diep kan raken. En voor Karlijns gevoel en beleving was het overlijden van haar geliefde kat zo’n ingrijpende gebeurtenis. Allereerst erkende ik haar verlies en verdriet. Het mocht er zijn, en samen met Karlijn zocht ik naar haar talenten en kwaliteiten om dit verdriet te integreren in haar leven. Zodat ze weer verder kon. Ook zonder Karel.

Zorguil Loulou

Ik liet Karlijn kennismaken met Zorguil Loulou. Het uiltje is speciaal voor mijn praktijk De Kinderhoeksteen ontwikkeld. Tegen Loulou kunnen ze immers alles zeggen en Loulou vertelt niets door. Hij luistert zonder te oordelen, is altijd dichtbij en biedt troost. Karlijn heeft nu een eigen Loulou die een vast plekje heeft op haar bed. Omdat ze heel mooi kan tekenen, heb ik haar gevraagd om een mooie tekening van Karel te maken. Vorige week liet ze me het resultaat zien: Karel in haar poppenwagen in een mooie groene wei vol bloemen en boven hem een kleurige regenboog.

Nieuwe puppy

Karlijn heeft haar verdriet om Karel uiteindelijk een plekje kunnen geven en kan nu over hem praten zonder in huilen uit te barsten. En er is weer ruimte voor een nieuw huisdier om haar liefde aan te geven. Vorige week vertelde ze met een stralend gezichtje dat ze binnenkort een puppy krijgen. Karlijn zal Karel nooit vergeten, maar ze heeft geleerd zich te richten op de fijne herinneringen samen in plaats van op haar verdriet.

Veel mensen denken dat palliatieve zorg het stukje zorg is dat mensen ontvangen in de laatste fase van hun leven. Als rouw- en verliesbegeleider en kinderverpleegkundige zie ik dat anders. Naar mijn mening begint de zorg al eerder; namelijk op het moment dat de kinderen te horen hebben gekregen dat zij een levensverkortende ziekte hebben. Zij hebben bijvoorbeeld een spierziekte, een stofwisselingsziekte of kanker.

Nooit volwassen

In dit traject ondergaan kinderen operaties en intensieve behandelingen in het ziekenhuis of thuis. Maar er kunnen juist ook periode zijn dat de ziekte (even) stabiel lijkt te zijn en zich niet verder ontwikkelt. Vaak kunnen zij dan ook ‘gewoon’ naar school en met vriendjes spelen, net zoals hun leeftijdgenootjes. Maar in tegenstelling tot de meeste andere leeftijdsgenootjes, hebben deze kinderen tegelijkertijd het besef dat zijn nooit volwassen zullen worden, en dat de zorg en de behandelingen die ze krijgen er alleen toe dienen om de tijd te rekken. Dat kunnen jaren zijn, maar soms ook maanden of weken. Als kinderverpleegkundige en rouw- en verliesbegeleider is het mijn taak om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van hun leven zo hoog mogelijk blijft, en dat zij de juiste begeleiding krijgen bij het verwerken van hun gevoelens en emoties.

De vragen die bijna niemand stelt

De kinderen die ik palliatieve begeleiding geef, kennen mij soms al vanuit de verpleegkundige zorg. Dat is fijn: voor hen ben ik dan al iemand waarbij ze zich veilig voelen en die zij vertrouwen. Het is dan gemakkelijker om met elkaar te praten. Als ik met hen in gesprek ga stel ik zo simpel mogelijke vragen. Zoals hoe het nu met hen gaat en hoe zij zich voelen. Maar ik stel bijvoorbeeld ook vragen als: ‘Wat vind je er nou van dat je steeds de ene na de andere behandeling moet ondergaan?’ en ‘Ben je bang om dood te gaan?’ Deze vragen zijn weliswaar simpel, maar het zijn dikwijls de vragen die anderen vaak niet aan hun durven stellen. Ook komt het vaak voor dat de antwoorden al voor hen ingevuld worden – dat kan ook heel irritant en lastig voor hen zijn.

De wens om een normaal leven

Vaak ga ik met de kinderen in gesprek wanneer ik de verpleegkundige zorg aan het verlenen ben. Dat voelt voor hen het meest veilig. Ik probeer dan zo dicht mogelijk aan te sluiten bij hun belevingswereld. Dan ben ik bijvoorbeeld bezig met het verwisselen van het infuus, en zijn zij tegelijkertijd rustig een You Tube-filmpje op hun IPad aan het kijken. Dan begin ik bijvoorbeeld over het filmpje, waarna het gesprek langzaam wordt toegespitst op wat zij op dit moment doormaken. Hierbij haak ik ook vaak in op de actualiteit. Wanneer het, zoals nu, mooi zomer weer is, vraag ik bijvoorbeeld: ‘Wat vind je er nou van, dat jij niet zoals alle andere kinderen zomaar naar het zwembad kan?’ Vanuit daar ontstaan er vaak mooie gesprekken. Maar wat altijd duidelijk naar voren komt, is dat de kinderen het liefst een normaal leven willen hebben. Zij willen ook gewoon naar school, en met hun vriendjes spelen. Net zoals alle andere kinderen.

Opluchting

Praten over de dood kan zwaar en confronterend zijn. Maar het zijn vaak de volwassenen die er de zwaarte opleggen. Eigenlijk vertellen kinderen altijd heel eerlijk wat zij ergens van vinden en hoe zij ergens tegenaan kijken. Ik merk dat kinderen vaak opgelucht zijn als ik vraag naar hoe het werkelijk met hen gaat. Soms komen er hele verdrietige dingen uit. Dat een kind heel eerlijk aangeeft dat het geen behandeling meer wil ondergaan, en zegt: ‘Ik wil eigenlijk helemaal niet meer’.

Systemische aanpak: ook met de ouders

Het betrekken van ouders in de begeleiding vind ik belangrijk. Voor hen is het natuurlijk heel confronterend om mee te maken dat het slecht gaat met hun kind, en te moeten beseffen dat zij hun kind nooit zien opgroeien. Daarom organiseer ik de rouw- verliesbegeleiding heel systemisch: de ouders worden ook intensief betrokken. Als een kind bij mij heeft aangegeven dat het niet meer verder wil met behandelingen, bekijk ik samen het hem of haar hoe we dit bespreekbaar kunnen maken met de ouders en mogelijk ook met de behandelend arts. Soms vinden de kinderen dat heel spannend. Ik leg dan uit dat papa en mama het erg belangrijk vinden om te weten hoe het met hun kind gaat. Soms besluiten we dan om met zijn drieen in gesprek te gaan. Zulke gesprekken zijn erg waardevol: ze zorgen ervoor dat alle neuzen dezelfde richting opgaan.

Missie

Mijn werk went nooit: alle ervaringen die ik opdoe in de praktijk, hebben ook impact op mij. In mijn vrije tijd schrijf ik gedichtjes en korte teksten. Dit helpt bij het verwerken van alles wat ik elke dag tegenkom. Het doet me goed dat ik zie dat mijn werk zin heeft, en dat kinderen en hun ouders een stapje verder komen met mijn begeleiding. Ik zie het dan ook als mijn missie om mijn twee werelden dichterbij elkaar te brengen: die van rouw- en verliesbegeleider en die van kinderverpleegkundige. Hier wil ik mij in de toekomst nog veel meer voor in gaan zetten, onder andere door verpleegkundige meer tips en voorlichting te geven hoe zijn kinderen in de palliatieve levensfase extra kunnen ondersteunen.

  • Sabina Krijger


‘Vaak droom ik over mama. Het is dan alsof we echt samen een ijsje gaan halen, dat ik echt bij haar achterop de fiets zit, dat ze echt in de keuken staat en in een pan dampende tomatensoep aan het roeren is. Tijdens mijn droom ruik ik zelfs haar parfum. Zoet, zoals een bos met verse bloemen, of een bakje aardbeien. Het past bij haar – altijd vrolijk en lief. Wanneer ik wakker word, dringt het tot me door dat alles maar een droom was. Dus dan sluit ik mijn ogen weer, en hoop ik dat ik weer in slaap val. Ik ben bang dat wanneer de dromen stoppen, en ik voor het eerst moet huilen, ik haar voorgoed laat gaan.’

De pijn van verlies: niet te voorkomen

Het allerliefste zou je willen dat kinderen worden beschermd tegen het enorme verdriet en de pijn die gepaard gaat met het verliezen van een ouder. Maar helaas: dit kan niet altijd. Het bovenstaande fragment is fictief, maar het zouden zó maar de gedachten en gevoelens kunnen zijn van de kinderen bij wie het verhaal van de gezinssituatie niet goed afloopt.

Een andere manier van rouw

Kinderen gaan op een andere manier om met verlies en rouw dan volwassenen. Ze bepalen hierin hun eigen tempo, en komen op hun eigen momenten toe aan het verwerken van het verlies, en doen dat op hun eigen manier. Het verdriet en de pijn kan in vlagen komen, en hierbij is er vaak zelfs nog ruimte voor lachen en plezier. Bij veel kinderen loopt het rouwproces zonder al te veel problemen, en is er voldoende veerkracht en steun van de omgeving aanwezig om met vallen en opstaan het leven weer op te pakken. Maar waar de omgeving op een gegeven moment verder gaat, moet het kind vaak wennen aan een compleet veranderde situatie. Zoals een leger, stiller huis. Gevoelens van eenzaamheid en onbegrip kunnen dan een rol gaan spelen. Omdat het kind vaak zijn omgeving niet tot last wil zijn, kan hij moeite hebben om zijn verdriet te tonen. Als achtergebleven ouder kan het bovendien ook lastig zijn om op ieder moment van steun te zijn – je hebt immers ook heel wat te verwerken.

Steun en erkenning

Wanneer de draagkracht en draaglast in het gezin even uit balans zijn geraakt, kan ik als erkend rouw- en verliesbegeleider helpen om het evenwicht te herstellen. Op die manier kun je voorkomen dat je kind vastloopt in zijn verwerkingsproces. Ik bied een veilige omgeving voor kinderen en gezinnen die geconfronteerd worden met ziekte, verlies of rouw. Natuurlijk maakt de coaching dat wat er gebeurd is niet minder erg, of minder verdrietig. Maar de coaching kan wél helpen om het verlies te integreren in het verdere leven. Ik nodig de kinderen uit om hun gedachten en gevoelens te delen. Dat gebeurt niet alleen met praten, maar ook met speelse en creatieve middelen als mindmaps of Lego-stukken (POP-talk). De coaching biedt een uitgangspunt om iets te maken of te doen. Op die manier wordt herkenning geboden, en ontdekt het kind andere manieren om met zijn gevoelens om te gaan. Bovendien kan de coaching er ook voor zorgen dat het gemakkelijker voor het kind wordt om andere mensen in zijn dichte omgeving een inkijkje te geven in zijn gevoelens.

Over mij

Uit eigen ervaring weet ik hoe een ingrijpende gebeurtenis als het overlijden van een dierbare je diep van binnen raakt. Maar ik weet ook dat de kracht om overeind te blijven en dóór te gaan – bij welk probleem dan ook – in je zit. Ik ben De Kinderhoeksteen gestart om kinderen én hun ouders of verzorgers te helpen om deze kracht te benutten, en hen te begeleiden in het proces van rouw en verlies. Het is mijn missie om hen een stap in de goede richting te helpen, zodat zij op hun eigen manier leren omgaan met hun verlies en verdriet. Daarnaast maak ik op aanvraag zorgknuffels. Deze kunnen een troost bieden en bijdragen aan het vormen van herinneringen.

Rouw- en verliesbegeleider – https://www.foryou.nl/verliesbegeleiding/zeewolde/rust-en-orde-in-de-chaos-van-emoties/

Het boek ‘Achtstegroepers huilen niet’ bleek akelig van toepassing op de situatie van de elfjarige Chantal. Het zou hét jaar worden van de CITO-toets, de eindmusical, allerlei afscheidsfeestjes en het uitkiezen van een middelbare school. Een spannend jaar, dat Chantal intens beleefde met haar klasgenootjes Rachida en Marlous. Totdat Marlous drie maanden vóór het eind van het schooljaar ernstig ziek werd, en binnen korte tijd overleed aan de gevolgen van haar plotselinge ziekte. Chantal pakte haar leven zo goed mogelijk op, en sloeg zich schijnbaar moeiteloos door alle CITO-opgaven en andere uitdagingen heen. Maar net toen ze een half jaar in de brugklas zat, liep ze ineens vast. Toen ze in een weekend met haar ouders in de auto op weg was naar opa en oma, kwam er uit de radio ineens een liedje dat op de afscheidsdienst van Marlous werd gedraaid. En toen kwamen de tranen, die overgingen in voortdurende huilbuien en terugtrekgedrag.

Chaos van emoties

Chantal kwam de eerste keer bij me samen met haar ouders. Hoewel haar ouders graag wilden dat zij ging praten over wat haar zo bezighield, had Chantal daar in de eerste instantie minder behoefte aan. Toch spraken we af om een tijdje met zijn tweeën aan de slag te gaan. Het was mijn doel om meer rust en orde in de chaos van emoties te brengen. Tijdens de sessies merkte ik dat Chantal haar proces van rouw onbewust had uitgesteld. Er kwam immers van alles op haar af in de periode dat haar klasgenootje overleed. In die tijd moest Chantal zich buigen over lastige toetsen en het uitkiezen van een nieuwe school. Daarna moest ze wennen aan de brugklas en alles wat daarbij kwam kijken. Ook bleek dat ze het lastig vond om zichzelf toe te staan om te huilen. Dit was volgens haar iets wat alleen voor jonge kinderen was. Aan het eind van ons laatste gesprek had ze zichtbaar meer rust over zich, en zei ze iets waar ik het roerend mee eens was: ‘Ook als je in groep acht of in de brugklas zit, mag je best huilen.’

Hoe kun je kinderen steunen in het rouwproces?

Voor volwassenen is het praten over de dood erg lastig. Met kinderen hierover spreken is als het even kan nog zwaarder. De jonge kinderen hebben nog geen begrip van de dood. Als ouders is het belangrijk om dan woorden te geven aan de emoties die de kinderen laten zien en waar mogelijk uitleg te geven over wat het de dood en doodgaan betekent. De wat oudere kinderen hebben een beter begrip van de dood. Hun kun je het beste duidelijk uitleggen wat er precies gebeurd is. Om je kind te steunen, is het belangrijkste dat je hem of haar het gevoel geeft dat het niet alleen is. Zorg voor een warme omgeving, waarin je kind over zijn gevoelens mag praten. Je hoeft je kind niet te vragen naar zijn gevoelens, maar geef vooral de ruimte dat ze er mogen zijn en benoem wat je ziet en check of het klopt met wat je kind echt voelt. Wij als ouders vullen dat vaak in. Als ouder mag je overigens ook best laten zien dat je er zelf ook verdriet van hebt.

Vastlopen in het rouwproces

Er staat geen houdbaarheidsdatum op het rouwproces. Zo kan het zijn dat het verdriet de achterblijvers maanden of zelfs jaren later overvalt, en dat er dan ineens tranen komen. Andere kinderen huilen helemaal niet, maar laten op andere manieren merken dat zij hun verdriet aan het verwerken zijn. Voor rouwen bestaat geen juiste manier: elk kind gaat hier anders mee om. Heb je echter het idee dat je kind vastloopt bij het verwerken van zijn gevoelens? Is het bijvoorbeeld een lange tijd veel stiller dan anders en trekt het zich terug? Of gaat het minder op school? Dan kan ik als rouw- en verliesbegeleider je kind een stap in de goede richting helpen.

‘Dat ga ik niet doen hoor’

Op een speelse, liefdevolle en begripvolle manier zoek ik samen met je kind naar de mogelijke oplossingen. Hierbij maak ik gebruik van creatieve middelen zoals fotokaarten en mindmaps. Het praten over beelden biedt een veilig gevoel, waardoor het komen tot de kern en het vinden van een oplossing vaak gemakkelijker is. Via een ‘omweg’ lukt het vaak om de situatie, gevoelens en gedachten met het kind te bespreken. Tieners laten vooral in het begin nog weleens weten dat zij de begeleiding eigenlijk maar ‘onzin’ vinden. ‘Dat ga ik niet doen’ of ‘Stom’, hoor ik dan. Zij zijn dan meegenomen door hun ouders. Ik spreek dan met de kinderen af dat ze in elk geval twee sessies komen. Zo kan er toch worden kennisgemaakt, en kunnen ze na die tijd beslissen of ze ermee door willen of niet. Ik ga heel gelijkwaardig met de kinderen om. Wanneer er een aantal sessies achter de rug zijn, vraag ik wat ze er tot dan toe van vinden en of ze het gevoel hebben dat ze er iets aan hebben. Vaak geven kinderen aan dat zij dankzij de coaching meer rust hebben gevonden. Zelf merk ik dat zij als het ware als een oester zijn opengetrokken, en opener praten over wat er in hen omgaat.

De kracht

Mijn missie als erkend rouw- en verliesbegeleider? Kinderen en gezinnen een stap in de goede richting te helpen, zodat zij op hun eigen manier leren omgaan met hun verlies en verdriet. Uit eigen ervaring weet ik hoe een ingrijpende gebeurtenis je diep van binnen kan raken. Maar ik weet ook dat de kracht om door te gaan, bij welk probleem dan ook, in je zit. Ik heb De Kinderhoeksteen opgezet om kinderen én hun ouders of verzorgers te helpen om deze kracht te benutten, en hen te begeleiden in het proces van rouw en verlies. Daarnaast maak ik op aanvraag zorgknuffels. Deze kunnen een troost bieden en bijdragen aan het vormen van herinneringen.

Begeleiding –

De favoriete juf van Anna, een negenjarig meisje, was plotseling op veel te jonge leeftijd overleden. De juf had een noodlottig ongeluk op vakantie. Anna is een wat verlegen meisje, dat veel bevestiging nodig heeft van haar talenten en kwaliteiten. Die bevestiging kreeg ze van haar lerares. Ook zorgde haar lerares ervoor dat Anna met meer zelfvertrouwen op leeftijdsgenootjes afstapte, en beter voor zichzelf opkwam. Door het positieve contact met haar lerares ging Anna neuriënd en vrolijk huppelend naar school; iets wat zij in de jaren ervoor nooit deed. Het was een grote klap voor Anna om, na een fijne meivakantie, te horen dat haar lievelingsjuf nooit meer terug zou komen.

Een heel ander meisje

Op school veranderende het gedrag van Anna nagenoeg niet – ze was en bleef het rustige meisje, dat altijd goed oplette en deed wat haar gevraagd werd. Haar ouders zagen echter wel degelijk een verandering in haar gedrag. Waar Anna doorgaans thuis zich ontpopte en haar vrolijke, lachende zelf liet zien, trok zij zich nu het liefst terug in haar eigen kamer. Ook had ze minder eetlust, was ze angstiger en huileriger, en sliep ze slecht. Daarnaast ging ze niet meer vrolijk en opgelaten naar school, maar met een zichtbare gelatenheid en tegenzin. Haar ouders hadden het een tijdje aangekeken. Hun kind had immers tijd nodig om het verdriet te verwerken. Toen Anna twee maanden na de gebeurtenis nog steeds zo slecht in haar vel zat, zijn haar ouders naar mij gestapt.

Diepe indruk

Wanneer er een meester of juf overlijdt, treft dit de hele klas en school. De schok en het verdriet die door de school gaan, zijn nog lang te voelen en te merken. Ook op individueel niveau kan zo’n gebeurtenis diepe indruk maken. De manieren waarop kinderen omgaan met rouw en verlies zijn verschillend. Soms kan het net lijken alsof je kind helemaal niet bezig is met rouw. Het lacht bijvoorbeeld nog veel, of is druk of vrolijk. Of je kind is juist wel wat stiller of verdrietiger, en wil liever alleen zijn. De wat oudere kinderen laten misschien wel in hun status-updates op Facebook of Instagram weten wat er in hen omgaat. Als ouder wil je eigenlijk het liefst dat je kind helemaal geen verdriet ervaart. En wanneer het wél verdriet heeft, wil je hem hier natuurlijk het liefst zo goed mogelijk bij steunen en begeleiden.

Als je kind rouwt: hoe ga je hiermee om?

Tips voor jou als ouder

Tip 1: Blijf alert. Het kan bijvoorbeeld zijn dat je kind zijn proces van rouw uitstelt. Aan het verwerken en tonen van zijn verdriet komt hij bijvoorbeeld wél toe op het moment dat alles weer rustig en ‘normaal’ is, en wanneer hij zich veilig voelt. Als ouder of verzorger is het goed om hier alert op te zijn. Wanneer je een verandering in het gedrag van je kind opmerkt, kan dat te maken hebben met het verlies van een tijd terug. Het is normaal dat kinderen in stukjes rouwen.

Tip 2: Wacht af. Je hoeft je kind niet te bevragen naar zijn gevoelens en emoties. Het is goed om aan je kind mee te geven dat het altijd bij jou terecht kan met zijn gevoelens en emoties, maar bovenal geef zelf daarin het goede voorbeeld. En wat je dan kunt doen? Gewoon luisteren, er samen over praten en troost bieden, en het verdriet proberen te begrijpen en te verwoorden. Het is niet nodig om de gevoelens te verklaren, of om te zeggen dat het allemaal wel goed komt. Belangrijker is om een veilige haven voor je kind te vormen. Je mag best bevestigen dat het erg is wat er is gebeurd. Dan voelt je kind zich begrepen. Laat daarbij ook zien hoe hij ermee om kan gaan. Ga samen knutselen, tekenen of bouwen. Spel is voor kinderen een tweede taal.

Tip 3: Trek op tijd aan de bel. Natuurlijk gaat elk kind op een andere manier om met rouw en verlies. Maar vraag wel op tijd om hulp als je denkt dat hij vastloopt in deze processen. Graag help ik jou en je kind hierbij. Als rouw- en verliesbegeleider probeer ik erachter te komen waar je kind precies last van heeft in het rouwproces. Dit doe ik spelenderwijs. Zo maak ik bijvoorbeeld gebruik van POP-talk. Tijdens de spellen heeft jou kind de leiding, ik ben er om zijn stem te vertalen. Uiteindelijk geef ik aan jou door wat je kind precies wil vertellen, en geef ik jou handvatten om hiermee om te gaan. Omdat elk kind uniek is, ziet geen traject er hetzelfde uit. Zo waren er in het geval van Anna bijvoorbeeld 8 sessies nodig om haar het verdriet een plekje te geven, en te zoeken naar andere manieren waarop zij met meer vreugde en zelfvertrouwen door het leven kon gaan. Bij jouw kind kan dat weer anders zijn. Ik sluit graag bij de hulpvraag aan, en spreek van tevoren geen vast aantal sessies af. Bij rouw en verlies kun je dat simpelweg niet afdwingen.

Merk je dat je kind …

– plotselinge gedragsveranderingen heeft?

– zich terugtrekt?

– lusteloos of moe is?

– stemmingswisselingen heeft?

– ander spelgedrag heeft?

– slecht eet?

– prikkelbaar is?

– angstig is?

Jolien (39 jaar) vertelt: ‘Peter en ik konden onze geluk niet op toen we ons prachtige dochtertje Kelly mochten verwelkomen in ons leven. Onze zoon Guus van vier kreeg er een ontzettend lief en mooi zusje bij.  Maar na een tijdje werd het allerergste doemscenario werkelijkheid:  Kelly bleek een ernstige hartafwijking te hebben. Na een tijd van zware behandelingen in het ziekenhuis overleed Kelly uiteindelijk. Peter en ik waren – en zijn – ontroostbaar. We hadden haar willen helpen, beschermen, liefhebben. Voorgoed zonder haar thuiskomen was ondraaglijk. Weten dat zij  nooit zou opgroeien in het speciaal voor ons viertjes ingerichte huis. Dat we nooit met zijn viertjes aan de keukentafel zouden zitten, nooit samen koekjes zouden bakken, of naar de kinderboerderij zouden gaan. Het was hartverscheurend. Maar Peter en ik wisten allebei dat we door moesten, vooral voor onze zoon Guus. Maar hoe deden we nou: verdergaan na het verlies van ons lieve dochtertje?’

Geen vast draaiboek

Van huis uit ben ik kinderverpleegkundige en heb ik altijd gewerkt in de palliatieve en terminale zorg. In mijn werk kom ik het helaas vaak tegen dat kinderen na een lang of kort ziekbed komen te overlijden. Daarnaast werk ik als rouw- en verliesbegeleider, en kom ik ook in situaties waarin ouders afscheid moeten nemen van hun ongeneeslijk zieke kind. Wat mij opvalt, is dat ouders vooral in de periode dat het kind ziek is een sterk team vormen. Deze periode bestaat vaak uit heel hard worstelen, vechten en overleven, en biedt vaak geen ruimte om heel erg stil te staan bij gevoelens en emoties. In de periode na het overlijden komt er wel meer ruimte om stil te staan bij alle emoties. Het valt me op dat mannen en vrouwen hier vaak anders mee omgaan. Vaders hebben vaker de neiging om zich op de toekomst richten en verder te gaan, terwijl moeders vaker de neiging hebben om terug te kijken op wat er gebeurt is. Deze manieren van rouwen zijn allebei niet ‘fout’ of ‘goed’: iedereen doet wat goed bij hem of haar past. Maar het is niet de bedoeling dat mensen elkaar ‘kwijtraken’ in het rouwproces.

Mannen en vrouwen

Soms lopen stellen vast in hun rouwproces, en schakelen ze mij in. Zo zie ik weleens dat mannen en vrouwen elkaar niet helemaal begrijpen. De vrouw heeft het idee dat haar man niet over het overlijden van het kind wil praten, terwijl de man het onderwerp niet aansnijdt omdat hij zijn vrouw niet nog meer aan het huilen wil maken. Of de man wil zijn vrouw op leuke uitstapjes meenemen om haar op te vrolijken, terwijl zij liever rustig thuis is om daar de gebeurtenis te verwerken. Zij kunnen elkaar dan kwijtraken in het rouwproces.

Het land van rouw

Ik probeer hen dan te laten zien dat er in het ‘land van rouw’ eigenlijk twee eilandjes bestaan: die van verlies en die van de toekomst. Dit doe ik op een hele simpele manier: met een tekening. Ik leg uit dat beide eilandjes bestaan en dat het belangrijk is dat deze geïntegreerd worden in het leven. Daarnaast is het belangrijk dat de 2 eilanden in verbinding met elkaar blijven. Dit gebeurt vaak door een zigzag of schommelbeweging. Samen met hen kijk ik naar de stukken waar er weer verbinding kan worden gemaakt, en geef ik handvatten voor manieren die wél kunnen werken om elkaar te vinden. Gewoon eventjes naast haar zitten als ze verdrietig is bijvoorbeeld. Of in plaats van om ergens naar toe te gaan, gewoon eventjes samen koffie gaan drinken in de tuin.

‘Mag ik nu weer een filmpje kijken?’

In mijn begeleiding gebruik ik creatieve werkvormen. Tekeningen bijvoorbeeld dus, en fotokaarten. Daar staan hele diverse dingen op: bloemen, landschappen. Vaak begin ik met het vragen of ze een kaart willen uitzoeken die laat zien hoe ze zich op dit moment voelen, een kaart waar ze blij van worden en een kaart kiezen wat troost bied op dit moment. Het gesprek wordt zo wat minder ‘klinisch’, en je komt erachter wat zij voelen nu en op dit moment. Daarnaast begeleid ik ook kinderen als zij hun broertje of zusje moeten missen. Zij gaan heel anders met verdriet en verlies om dan volwassenen. Dan hebben ze bijvoorbeeld net een traan gelaten, en vragen ze: ‘Mag ik nu weer een filmpje kijken?’ Ik raad ouders aan om de communicatie binnen het gezin zo open mogelijk te houden. Soms trekken kinderen zich dingen heel persoonlijk aan – als mama wat stiller is of moet huilen, denken ze bijvoorbeeld dat het hun schuld is. Uitleggen: ‘Nee, mama moet even huilen omdat ze verdrietig is vanwege je zusje’ kan dan helpen. Voor kinderen is het namelijk belangrijk dat er woorden aan emoties worden gegeven, die weten ze vaak zelf nog niet.

Onderdeel basispakket

Ik ben van mening dat er veel meer aandacht moet komen voor het proces van verlies en rouw. Begeleiding van deze processen kan ook heel preventief zijn. Door mensen handvatten te geven, vergroot je hun zelfredzaamheid en voorkom je dat zij helemaal raken weggestopt in hun verdriet. Hiermee kun je psychische problemen als depressie, eenzaamheid en burn-out voor zijn. Daarom zou het heel mooi zijn dat deze begeleiding een vast onderdeel wordt van het basispakket en behandeling.